Iedere woensdag zit ze uren in het creatieve lokaal van Zelfregiecentrum Deventer: Charlie uit Raalte, ergens begin 30. Met haar hoofd gekanteld boven een vel papier, witblond engelenhaar golvend over haar schouder. Ze werkt aan een tekening – haarscherp, vakkundig, perfect symmetrisch. Weinig haalt haar uit haar concentratie. Pas bij sluitingstijd ruimt ze op en sluipt ze via de hal de deur uit.
Maar dan. Nog geen vijf minuten later ronkt er een sportauto langs het zelfregiecentrum, laag en soepel als een poema. Het raampje glijdt open – diep in haar stoel zit ze: diezelfde Charlie, peuk losjes tussen de vingers. “Tot volgende week!” schalt het boven de motor uit. Een dot gas en weg is ze, je kunt haar alleen maar nakijken.
Who’s that girl?
Op dat sportmodel Toyota werd ze al verliefd op haar negende. “Als kind leefde ik erg in mijn eigen wereld – ik had nauwelijks vrienden, mijn ouders lagen regelmatig met elkaar overhoop. Naar auto’s kon ik uren kijken. Op een Belgische camping tekende ik een hele zomer lang logo’s na. Ook het Toyotalogo, met drie vervlochten ovalen.”

Later toen ze langs een Toyota-dealer reden, zag Charlie voor het eerst de Celica. Op schuine presenteerblokken, spots erop. Sindsdien had ze één wens: zo’n auto rijden. “Inmiddels rijd ik mijn derde en heb ik een vierde als klusproject. Die laatste kocht ik kapot. Ik sleutel veel zelf, maar de jongens van SV Sportscars hielpen me ook om er een nieuwere, veiligere motor in te zetten. Ook knapte ik het interieur mooi op, spoot 'm mintgroen en maakte alle decoraties. Nu is ‘ie rijklaar.”
Creativiteit als redding
Daarnaast tekent Charlie de mooiste dingen, knutselt accessoires voor haar vele zeldzame huisdieren – van axolotl tot baardagaam – en oefent ze om te gaan tatoeëren. Van creatieve projecten laadt ze op. “Geef mij een potlood en papier en ik vermaak me. Dat is altijd zo geweest. Ben ik creatief, dan vergeet ik wat me niet lukt in het dagelijks leven of wat ik moeilijk vind: zomaar opgewekt zijn, sociaal contact of meedraaien in de maatschappij als ‘normaal mens’, wat dat ook moge zijn.”
Ook toen ze opgroeide, was creativiteit haar uitlaatklep. “Ik had meer jongens om me heen dan meisjes, droeg kleren van mijn broer en hield van auto’s. Ik was gewoon een soort kerel eigenlijk. Niemand wist me te plaatsen. Ik werd gepest, maar zowel het schoolhoofd als mijn ouders deden er weinig aan. In tekenen zocht ik mijn toevlucht.”
Veilige soepjurk
Ook op de middelbare school bleef ze zich anders voelen. “Ik trok nog het meest naar de die hard gabbers toe, want die waren ook excentriek. Maar van de drank, drugs en feestjes die erbij hoorden, raakte ik op termijn de weg kwijt. Het was mijn ondergang, en tegelijkertijd ook mijn redding. Ik werd er pittiger door en leerde te overleven.”
Wie daar ook bij hielp, is Charlies oma. “Thuis ging het niet meer. Mijn oma haalde me op een avond uit huis. De volgende morgen werd ik wakker in een van haar pyjama’s – heerlijk vond ik dat, die veilige soepjurk. Ze accepteerde me zoals ik ben. Jaren zorgde ze voor me. Nu zijn de rollen omgedraaid – ik ben haar mantelzorger.”
Nu nog de deur uit
Door de jaren heen bleef Charlie zoekende. “Vanuit therapie kwamen er verklaringen: autisme, adhd, depressie en ptss. Naast therapie, tipte mijn psycholoog me eens te gaan kijken bij Vriendendiensten. Voor meer sociaal contact. Razend spannend vond ik het, maar ik ging. Almera ving me er heel sympathiek op.”
Vooral het zelfregiecentrum in Deventer leek Charlie wat. “Die dag zat de huiskamer vol mensen, weet ik nog. Te druk voor mij. Maar daarna schoof Almera de deur naar het creatieve lokaal open. Een lichte ruimte met grote ramen, kasten vol tekenspullen en een paar mensen met verfhanden. Daar zag ik mezelf eigenlijk wel tussen zitten.”
Goede sociale oefening
In het begin vond ze het doodeng. “Drukke plekken zijn niet mijn eerste keuze – mijn leven bestond heel lang uit thuis en therapie. Ik wilde wel onder de mensen komen, maar had geen idee hoe dat op een voor mij prettige manier kon. Wat goed bleek te werken, is sociaal contact combineren met iets wat veilig voelt: tekenen, schilderen.”
Bij het zelfregiecentrum kan Charlie goed oefenen met sociaal contact. “Iedereen die er komt, heeft ergens last van. Net als ik. Regelmatig voer ik interessante gesprekken of neemt iemand mij in vertrouwen, zoals vanmorgen. Ik had een mooi gesprek met een dame over iets persoonlijks, daarna gaf ik haar een dikke knuffel. Zoiets doet me dan erg goed.”